De gemeenschap die een ‘letterbak’ werd.

Een mail aan Caroline van der Plas.

Beste Caroline,

Ik wil graag reageren op je tweet van gisteravond waarin je vraagt naar de mening van LHBTIQ’ers over het aanpassen van bussen en een tram met regenboogkleuren, met als doel zichtbaar te maken dat ALLE mensen welkom zijn in het openbaar vervoer en zich daarin veilig moeten voelen.

Allereerst zal ik me even voorstellen; ik ben Marc, 54 jaar en ik ben homoseksueel. Ik beschouw mezelf niet als onderdeel van de letterbak. Dat is mijn naam voor wat jij de LHBTIQ gemeenschap noemt. Ik vind het een lelijke, onuitspreekbare naam, een verzameling letters die afkortingen zijn van namen voor groepen mensen die niets anders gemeen hebben dan op die zelfde hoop te liggen, dan dingetjes te zijn in die letterbak. Ik ben geen letter en geen dingetje, ik ben een individu en mijn seksuele geaardheid is maar een klein aspect daarvan. Niet onbelangrijk natuurlijk, maar ook niet iets om de (regenboog)vlag voor uit te hangen.

Je vraag is er een die te weinig gesteld wordt. Ik ken de vraag eigenlijk alleen van vrienden. Die vragen dan heel voorzichtig en afwachtend, bijna alsof ze niets durven vinden voor ze weten wat IK vind omdat ik de homo ben. Iets in de trant van “maar wat vind JIJ dan van regenboogzebrapaden / Nikkie de Jager / voorleestravestieten / de Hongaarse homowet?” Etcetera.

Nou, ik hou van vragen terug stellen zodat mensen zelf gaan nadenken.

Op welke manier maken regenboogkleuren zichtbaar dat alle mensen welkom zijn in het openbaar vervoer? Wie waren er dan niet welkom? En waarom niet? Waarom toen niet en nu wel? En hoe zorgen die kleuren ervoor dat mensen zich veilig MOETEN voelen in dat openbare vervoer? Zijn er ook onveilige kleuren?

Iemand die een bewezen, causaal verband weet te leveren aan de hand van die vragen krijgt van mij een fles wijn. Maar ik ga niet mijn adem inhouden terwijl ik daar op wacht. Want ik denk dat het er niet is, dat verband.

De regenboogvlag is sinds de jaren ’70 een symbool van wat toen nog met recht de homobeweging werd genoemd, je zag hem bij parades en bars en bijeenkomsten van seksuele minderheden.

In de loop van de tijd is de vlag veranderd, nadat de letterbak gekaapt werd door de Social Justice activisten kwamen er steeds meer lettertjes bij in de bak en steeds meer gekleurde strepen in de vlag. Wat mij betreft werd het er niet mooier op, maar daar gaat het nu niet om.

De vlag wordt ondertussen ook gebruikt om opzichtig te deugen. Je kunt als individu of groep of bedrijf kenbaar maken aan de wereld dat je de letterbak steunt door de vlag te verwerken in je logo of social media profiel of, jawel, bijvoorbeeld op je bus of tram te spuiten of plakken.

HOE je dan precies steunt blijft geheel onduidelijk.

De implicatie is dat vlagvertoon een effect heeft op mensen.

“Het gaat om zichtbaarheid!” roepen voorstanders, zowel in als buiten de letterbak.

Maar het enige wat zichtbaar is, is die vlag, en die vlag roept ondertussen vragen op. Want veel mensen hebben geen idee wat het patroon en de kleuren betekenen en ook niet waarom hij maar overal te zien moet zijn. Eigenlijk vinden veel mensen hem lelijk en ze voelen zich onder druk gezet om maar van alles te moeten vinden door de associaties die die vlag ondertussen oproept.

“Transvrouwen zijn vrouwen!” hoort bij die vlag, en “Johan Derksen moet ontslagen worden!” en “Hongarije is homofoob!” en “Jongetjes moeten ook make-up en een jurkje kunnen dragen!” en nog veel meer stellige uitspraken van politici en opiniepushers en linkse cabaretiers en eigenlijk iedereen die graag “steunt” zonder echt iets te doen. Want de vlag vertonen en iets roepen is blijkbaar genoeg.

Nou, nee. Op deze manier is de vlag vertonen vooral een rode vlag voor een stier houden. Het wekt irritatie op omdat het niets anders meer is dan jezelf op de borst slaan voor je tolerantie terwijl je niet ziet dat een straat verder een homo in elkaar geslagen wordt door intoleranten.

En DAT is wat er eigenlijk onuitgesproken speelt als een vervoersbedrijf besluit de regenboogkleuren op bussen en trams toe te passen; er IS onveiligheid op straat en in het openbaar vervoer. Onveiligheid voor homo’s en lesbo’s en andere seksuele minderheden. En wat ook onuitgesproken blijft is de analyse van die onveiligheid. WAAROM zijn homo’s etc. onveilig op straat en in het openbaar vervoer, WAAR en WANNEER, onder welke omstandigheden?

We weten dat met zijn allen best wel maar het mag er niet zijn, zelfs niet als het in een officieel rapport na een gedegen onderzoek staat. Geen la is diep en stoffig genoeg om de uitkomsten daarvan zo lang mogelijk uit het licht te houden. De olifant in de kamer is een roedel hyena’s op scooters en waarom die hyena’s doen wat ze doen is taboe, te ingewikkeld om politieke vingers aan te branden.

Dus doen we nog een regenboogkleuring zebrapad waar de linkse cabaretière aan haar kind kan uitleggen dat dat er is om de hele wereld te laten zien dat iedereen er mag zijn. En kun je op datzelfde zebrapad aangereden worden door wat scooters als je er op het verkeerde moment bent, als je hand in hand met je geliefde van hetzelfde geslacht oversteekt.

Nee, Caroline, ik ben geen voorstander van vlagvertoon. Ik ben voorstander van problemen benoemen die bestaan en benoemen compleet met de moeilijke analyse. Want als een probleem helder is kan er werkelijk een doel gesteld worden dat mogelijk haalbaar is…

Als je meer van we wil weten kun je me bereiken via de mail of op Twitter!

Met vriendelijke groet, Marc.